Willem Sanders
Medeoprichter en eerste voorzitter van de honderdjarige SV Gouda en sociaal democraat uit roeping

door : Hans Sanders

Willem Sanders
© fotoarchief familie Sanders

Ouverture
Dit verhaal gaat over Willem Sanders, de eerste voorzitter van de voetbalvereniging Gouda en daarnaast mijn opa. Mijn herinneringen aan hem gaan terug tot halverwege de jaren vijftig toen hij al in de zestig was en woonde in de net nieuwe, maar inmiddels alweer afgebroken, bejaardenwoningen aan de Groen van Prinsterersingel in Gouda Noord. Ik woonde aan de overkant van deze “singel”, een wat weidse benaming voor deze sloot. Hij was toen een wat autoritaire, niet al te grote man in een grijs pak met een wit kuifje. Op zijn revers droeg hij altijd een gouden speldje van de vakbond NVV en op zijn slaapkamer hing een portret van Pieter Jelles Troelstra, de socialistische voorman. Hij hield van een gepoederde bolknak die hij oprookte in zijn fauteuil met de staande asbak met drukknop naast hem, waar je als kind zo leuk mee kon spelen. Net als bij ons thuis werd er het Vrije Volk gelezen en toen wij Het Parool erbij namen vond hij dat maar niks: Hij typeerde dat als “de rooie Telegraaf”, teveel sensatie, niet serieus genoeg. Verder lag in de krantenbak de Libelle (voor mijn oma) en de Graficus, het blad van de Algemene Nederlandse Grafische Bond.
Mijn opa heeft mijn jongere broer Wim, die toen een zogeheten kabouter was (een typisch jaren zestig verschijnsel, dus geen padvinder!) en die met vrienden het gestencilde blad “Gum” vervaardigde, in die jaren zestig eens gevraagd geen ingezonden brieven meer aan de Goudsche Courant te schrijven, omdat hij daar op aangesproken werd en dat vond hij bepaald niet prettig. De grote maatschappelijke veranderingen, ingezet in de jaren zestig, waren, vooral vanwege de wijze waarop, niet aan hem besteed.

Maar naast deze wat strenge, teruggetrokken, “steile” oudere man bestond er ooit ook een jonge(re) man die stapje voor stapje vooraanstaande functies binnen de Goudse gemeenschap vervulde. Omdat hij ook een belangrijke rol in het ontstaan van de voetbalvereniging Gouda gespeeld heeft, ben ik vanwege het honderdjarig bestaan van deze club op 6 september 2006, wat dieper in zijn leven gedoken met een accent op de sportieve kant.

Geboren in 1891
Willem Sanders werd geboren op 24 augustus 1891 als enige zoon van een koopman/handwerksman. Zijn vader was onder andere pontjesbaas van het pontje over de Kattensingel. Kort voor zijn geboorte was in 1879 de eerste voetbalclub (HFC uit Haarlem, later met het predikaat “koninklijk”) in Nederland opgericht. Sportbeoefening was toen nog een voorrecht van de betere kringen. Vandaar dat Gouda slechts één voetbal, tevens cricketclub kende, het in 1886 opgerichte Olympia. De ongeveer 55 leden van deze club waren streng geselecteerd op gegoede afkomst en opleiding Het gewone, niet of nauwelijks opgeleide volk daarentegen, werkte maar liefst 16 uur per dag voor een hongerloontje en er bestond zelfs nog kinderarbeid. Eind negentiende eeuw gingen de ontwikkelingen snel; een tijd van vernieuwingen en verbeteringen op het gebied van industrie, politiek en sociale omstandigheden brak aan. Voor de zogeheten lagere klassen verbeterden na de nodige strijd de leefomstandigheden en dit resulteerde onder andere in kortere werktijden. Er kwam tijd vrij voor andere zaken, zoals voor het sporten, dat werd ontdekt als uitlaatklep van de dagelijkse beslommeringen. De jeugd ging steeds vaker een balletje trappen.

Hoe het was in Gouda toen het begon
In het gedenkboek “Gouden Gouda”, uitgebracht ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan der V. & A. V. Gouda, is een zeer uitvoerig hoofdstuk opgenomen onder de titel “Gouda’s Geschiedenis”, samengebundeld tot een geheel door Cor Verstoep, vele jaren penningmeester en secretaris en één der oprichters van de vereniging. Uitvoerig wordt een schets gegeven van de stad Gouda ten tijde van de oprichting (toen 23.000 inwoners) en hoe het dagelijkse leven zich voltrok. De meest interessante passages die gewijd zijn aan sport of verband houden met de SV Gouda volgen hier.
“Hoe vermaakte zich eigenlijk de jeugd van vijftig jaar geleden? Aan sport werd niet of door een klein percentage gedaan. Onze stad bevatte wel twee gymnastiekverenigingen, maar ook daarvoor was de belangstelling nog niet groot. Als voetbalvereniging bestond alleen onze zustervereniging Olympia, doch de massa werd nog niet door het voetbalspel aangetrokken. Bioscopen waren er niet, het bezit van een fiets was een luxe, bromfietsen en motoren kenden we nog niet. ’s Zomers acht of veertien dagen vakantie was er niet bij en zo was er voor de jeugd geen ander vermaak dan de dobbelbaan, waar de zondag met het spelen om geld werd doorgebracht, vroegtijdig cafébezoek en overigens het uithalen van allerlei kattekwaad. Het vechten van de ene school tegen de andere was een geliefkoosde bezigheid, waarvoor de stad tot dikwijls laat in de avond onveilig werd gemaakt.

Ja toch was er één ding waarmede we ons in de zomermaanden kostelijk hebben vermaakt. Dat waren namelijk de schuttersoefeningen, die in de zomer op het voormalige schietterrein op de Rotterdamsedijk werden gehouden. Nu was het vroeger zo, dat pottendraaiers, pijpmakers, sigarenmakers, opperlieden enz. op maandag geen arbeid pleegden te verrichten. Die dag beschouwden zij als een tweede zondag, die hoofdzakelijk in de kroegjes werd doorgebracht. Daardoor kon het gebeuren dat velen niet bepaald “brandschoon” ter schuttersoefening, die tot een bepaalde leeftijd verplicht was gesteld, verschenen. De bedoeling van de oefeningen was toch om in tijden van gevaar een geoefend en goed uitgerust schutterscorps bij de hand te hebben. In hoeverre de schutterij aan het gestelde doel heeft beantwoord, kunnen we veilig in het midden laten.”

“Ik heb u met bovenstaande een indruk willen geven, hoe gemoedelijk het Goudse leven vijftig jaar geleden werd geleefd. Was het dus te verwonderen dat, toen het volksvoetbal eenmaal vaste grond onder de voeten kreeg, een heel ander beeld werd geschapen. Voordat het echter zover was, moest heel wat tegenstand en wanbegrip overwonnen worden. De tegenstand was enorm. Wij kunnen ons nu, ruim vijftig jaar later, die tegenstand niet meer voorstellen. Maar men moet bedenken, dat de mentaliteit van de massa zich in die vijftig jaar grondig heeft gewijzigd. Destijds moesten de baanbrekers voor het voetbalspel optornen tegen alles en nog wat. Vaders en moeders verklaarden ons voor gek om achter zo’n bal aan te lopen hollen. Werkte een jongen op school niet en kreeg hij een onvoldoende op zijn rapport, dan kreeg het voetballen de schuld. Men deed net alsof er, vóórdat het voetbalspel was ingevoerd, nooit een jongen met een slecht rapport was thuisgekomen.

De pers negeerde het spel; alleen als er ongelukken te melden waren, deed men dat grif. Dan werd er gespot en de toch al niet toeschietelijke ouders opgehitst tegen het verderfelijke getrap met dat balletje, waarbij altijd maar weer ongelukken gebeurden. Onderwijzers en leraren met vermolmde denkbeelden waren de felste tegenstanders. We hadden toen ook nog geen dokters met sportieve belangstelling, zodat de huisdokter al weldra geneigd was om elke verkoudheid op rekening te schrijven van dat gevaarlijke spel. Nu geef ik toe dat een buil op of een gat in je hoofd, omdat men tegen een lantaarnpaal of boom was aangelopen, obstakels die midden in het speelveld voorkwamen, niet bevorderlijk waren om de sympathie van de ouders voor het spel te winnen. Voorts kunnen we toegeven dat het spel enorm veel schoeisel kostte, want van een voetbaluitrusting met voetbalschoenen was in die tijd nog geen sprake. Men zag bijvoorbeeld de rechtsbuiten met één schoen aan de rechtervoet en aan de andere voet een klomp en de linksbuiten met een linkerschoen en een klomp.

Het zal U hiermede wel duidelijk zijn dat de voetbalsport in haar prilste jeugd nu niet bepaald met vreugde werd ontvangen. Integendeel, die eerste spelers en bestuurders stonden bloot aan onbillijke kritiek en domme lekenpraat. Het voetbalspel had de jeugd echter dermate te pakken dat er geen houden meer aan was; het spel trok zo, dat het niet uit te roeien bleek. Wie de lange kolommen ziet in dag- en sportbladen en wie zich verheugt in de dichte drommen die zondag aan zondag naar de sportvelden trekken, zal zich moeilijk kunnen voorstellen dat die bestuurders van clubs en bond zeer moeilijk pionierswerk te verrichten hebben gehad."


Geboorte voetbalclub Gouda
Een groepje jongens van De Bogen en De Veerstal werden tijdens hun voetbalactiviteiten steeds weer verdreven van de plekken waar ze speelden. Hun operatieterrein lag aanvankelijk op de Veerstal, maar het duurde niet lang of de sluismeester diende klacht op klacht in, omdat de ruiten van zijn woning het steeds moesten ontgelden. De politie ging zich ermee bemoeien en al spoedig kwamen de jongens tot het besef dat omgezien moest worden naar een andere speelgelegenheid. Bij oefeningen en wedstrijden van Olympia was deze groep jongens nu op het veld of de dijk van het Schietterrein te vinden en deze jongens kenden maar één verlangen, namelijk om zelf ook voetbal te gaan spelen. Dit verlangen werd tenslotte zo groot dat de groep op een avond ongevraagd het schietterrein opstapte. Op de avonden dat Olympia niet oefende lukte dat wel, maar zodra kwam er een Olympiaan op het terrein of het groepje werd weer verdreven. Dan maar weer naar de Kerkhoflaan of de Rotterdamsedijk, tussen de Mallegatssluis en de Kaarsenfabriek. Maar ook daar liet de politie hen niet met rust. Nergens kon deze groep jongens gelegenheid vinden hun geliefde spel te beoefenen; overal werden ze verbannen. En toch was hun wil niet te temmen. Uiteindelijk kregen ze na herhaalde verzoeken toestemming van de garnizoenscommandant en de op het garnizoensterrein spelende voetbalvereniging Olympia om gebruik te maken van het voorste gedeelte van het zogeheten schietterrein.

Nu moesten de grondslagen worden gelegd voor een echte vereniging. Het clubje jongens werd aangevuld met spelers uit de Vorstmanstraat (zoals Klaas Pluim) en uit de Lange Dwarsstraat/Nieuwe Haven (zoals Willem Tamse). De laatsten waren veelal werknemers van de drukkerij Koch en Knuttel van de Nieuwe Haven. Mijn opa was van de Lange Dwarsstraat én heeft zijn werkzame leven lang bij Koch en Knuttel gewerkt.

Nu kon het spel pas echt beginnen. Wat echter nog ontbrak was een echte bal. Daar werd volgens de overlevering op een eigenaardige wijze aan gekomen. Op een goede dag kwam een lid met een echte bal aansjouwen. Zijn verhaal luidde dat hij toevallig een oud touw uit de IJssel had gevist, waaraan een bal gebonden zat. Touw en bal bracht hij mee en hoewel er wel enige twijfel bestond over de juistheid van het verhaal, was het de groep meer om de bal dan om de waarheid te doen en zo kon met een echte bal gespeeld gaan worden. Wel werd men het er langzamerhand over eens dat er een vergadering moest worden gehouden om orde in de chaos te brengen, want tot dat moment was er van enige organisatie geen sprake geweest.

Oprichting in schiethokje
Op 5 september 1906 werd een vergadering belegd in een van de schiethokjes op het schietterrein van het garnizoen. “Gezeten in het gat van waaruit anders de kogels naar het doelwit werden afgevuurd, wendde Willem Sanders al zijn welsprekendheid aan om de jongens duidelijk te maken in welke banen de vereniging moest worden geleid.” En jongens waren het die aanwezig waren bij de eerste vergadering. Zo was mijn opa nét 15 jaar geworden! Het eerste bestuur werd samengesteld met Sanders als voorzitter en verder Cor Verstoep (secretaris), Piet Oostrom (penningmeester), Cees Rietveld en A. van der Pool (commissarissen). Tot aanvoerder van het eerste elftal werd benoemd de rijzige Willem Tamse, die tot zijn dood op hoge leeftijd lid is gebleven. De contributie was 2 cent per week. Er werd hard gewerkt aan de organisatie van de vereniging. En het clubtenue is gekozen: een roodwit verticaal gestreept shirt, witte broek en rode kousen. De naam werd Excelcior, wat “steeds hoger” betekent en de ambitie van de oprichters goed weergaf. Van die naam is weer afstand gedaan toen in 1914 gepromoveerd werd vanuit de Goudsche Voetbalbond (GVB) naar de Nederlandsche Voetbalbond (NVB, nu KNVB), omdat er in Rotterdam al een ouder Excelcior bestond en de NVB daarom de vereniging verplichtte tot naamswijziging. Er werd niet meer vergaderd in een schiethokje, maar in de melksalon van Verdoold, “onder het genot van een kop anijs met een lange vinger.”

Scheidsrechter



Willem Sanders in scheidsrechterstenue
© fotoarchief familie Sanders
Van een voetbalcarrière van mijn opa is niets bekend, wel van zijn scheidsrechters- en bestuurscarrière. Aangenomen mag worden dat hij onvoldoende voetbaltalent had, maar als “natuurlijke leider” zowel in als buiten het veld het voortouw nam. Dat uitte zich, naast het voorzitterschap, in het feit dat hij vanaf het begin de scheidsrechterfluit ter hand nam.

Via het fluiten van wedstrijden en toernooien van de eigen club, klom hij op van de GVB naar de NVB.
Zo heb ik enige uitnodigingen gevonden voor het leiden van wedstrijden in de Nederlandsche Voetbal-Bond (NVB), bijvoorbeeld de stadsderby S.V.S. – Voorwaarts te Utrecht, te spelen op 19/11/1916. Dit S.V.S. bestaat niet meer, het groenzwarte VV Voorwaarts, opgericht op 1 december 1907, bestaat nog steeds, al leidt het nu een marginaal bestaan als vierde klasser.

Aanschrijvingen voor het leiden van wedstrijden in de NVB werden toen nog centraal verstuurd en wel acht dagen van te voren vanuit het secretariaat te ’s Gravenhage.
Verder vond ik een uitnodiging op te treden als grensrechter bij de wedstrijd Sparta – Go Ahead op 7 mei 1916 om het kampioenschap van Nederland.“Vrijdags en Zaterdags is telegrafische mededeeling bij verhindering bepaald vereischt”, meldde de secretaris-penningmeester van de NVB, de heer J. Hijlkema op de uitnodiging, gefrankeerd met postzegels tot een totale waarde van 2 ½ cent.
Ook heb ik een scheidsrechtersboekje uit 1915 en een diploma waaruit blijkt dat hij tevens bestuurscommissaris was van de Goudsche Voetbal-Bond. Tenslotte vond ik een foto van mijn grootvader in scheidsrechterstenue.
Een lange broek, met het uiteinde van de pijpen gestopt in hoge leren schoenen.
Een colbert met overhemd en stropdas en een horloge met ketting, het hoofd gekroond met een pet waarop het scheidsrechtersinsigne is gespeld.
De scheidsrechtersfluit losjes in de rechterhand.


Mobilisatie en einde voorzitterschap
In 1914 bereikte Gouda, na een bootreis en een zwaarbevochten 1-0 overwinning op en bij concurrent Alphen als kampioen van de GVB de grote bond, de NVB. De bovenzaal van café De Harmonie aan de Markt was ter gelegenheid van het kampioenschap afgehuurd en om acht uur op een zaterdagavond was een uitbundige schare leden en donateurs aanwezig toen Sanders de avond opende. “Het programma bestond uit voordrachten en zangnummers. Bart Groeneveld droeg gedichten voor op de wijze van wijlen Speenhof, al miste hij de bekende baard. Toen reeds ontpopte hij zich als de dichter in de dop. De stemming zat er al vroeg in en waar niemand op gerekend had, gebeurde. Midden in het feestgewoel werd de deur (een schuifdeur) open geschoven en daar verschenen enige afgevaardigden van “Olympia” die ons bloemen kwamen aanbieden. Zover is het echter niet gekomen, want toen zij de zaal eens rond hadden gekeken, bleek het hun bij ons te Spaans toe te gaan, zodat men de bloemen om de hoek van de deur neerpootte en met de stille trom vertrok. Of het nu zo erg was, weet ik niet meer, maar de schuld zal wel bij ons gelegen hebben.”

In datzelfde jaar brak ook de Eerste wereldoorlog uit, wat als gevolg had dat Nederland gemobiliseerd werd. Net als vele andere Gouda-leden werd mijn opa in dienst opgeroepen. Daar trad hij op als scheidsrechter bij wedstrijden tussen Garnizoenselftallen. Voor de voetbalvereniging Gouda betekende de mobilisatie een zware tijd, zowel bestuurlijk als wat betreft ledental. “De ene vergadering werd geleid door W. Sanders, de volgende door P. Sanders, die de voorzittershamer had opgenomen en zo vinden we de namen van verschillende bestuursleden. Dit alles vond zijn hoogtepunt in de behandeling van een motie van afkeuring gericht tegen het degelijks bestuur. Aanwezig waren 20 leden. De penningmeester deelt mede dat het kassaldo fl. 11,02 bedraagt, waartegenover nog een aantal te betalen rekeningen staat. Na een zeer bewogen discussie kwam de motie in stemming, die werd aangenomen met twaalf stemmen vóór, twee tegen en zes blank. Het gevolg hiervan was dat het bestuur zijn mandaat ter beschikking stelde. De vergadering werd gehouden op Zondag 5 november 1916 in café harmonie. Op 19 november d.a.v. werd opnieuw een vergadering gehouden waar ontbinding werd overwogen.” Dit alles betekende in ieder geval het einde van de bestuurlijke carrière van Willem Sanders bij Gouda en na dat jaar zijn er ook al geen tekenen meer gevonden van zijn scheidsrechtersloopbaan, al wil dat niet zeggen dat die niet langer voortgezet is. Zo floot bij wel eens een bedrijfswedstrijdje als hij daarbij betrokken was.


Arbeidersbeweging en de gemeentepolitiek
Dat hield niet in dat mijn opa stilzat. Zo was hij begin 1916 getrouwd met de Amsterdamse Apollonia Boeijkens die een “dienstje” had in het Van Bergen IJzendoornpark. Zij kregen twee kinderen, zoon Johannes Daniël (1921; getuige van aangifte: Frans Lafeber)) en dochter Johanna Huberta, roepnaam Annie (1925). Verder kreeg de opkomende arbeidersbeweging steeds meer zijn aandacht. De S.D.A.P. was in 1915 na invoering van het algemeen kiesrecht met één man in de Goudse gemeenteraad gekomen. In 1919, het jaar waarin het actief vrouwenkiesrecht werd ingevoerd, werd onder aanvoering van Willem Sanders tot ieders verrassing een grote verkiezingsoverwinning behaald. De partij kreeg de meeste stemmen en veroverde maar liefst zes zetels. Dat kwam bij velen hard aan. De Goudsche Courant, spreekbuis van de gegoede burgerij, schamperde dat de kwaliteit van de raad ongetwijfeld achteruit zou gaan, nu een koekenbakker, een typograaf (mijn opa) en een secretaris van de Fabrieksarbeidersbond in de Raad zitting namen. Met de lezing van de Goudsche Courant was lang niet iedereen het eens, want bij de volgende verkiezing steeg het zetelaantal zelfs naar acht en de sociaal democraten hebben tot de dag van vandaag een grote rol in de Goudse gemeentepolitiek behouden. Sanders werd elke verkiezing na 1919 opnieuw gekozen tot en met 1939. Vanaf 1928 werd hij zelfs wethouder als opvolger van partijgenoot Frans Lafeber (oorspronkelijk van de Nieuwe Haven en eveneens typograaf) die wegens ziekte moest stoppen. Er is nog steeds een school naar hem vernoemd. Ook naar de uiteindelijke opvolger van Sanders als wethouder onderwijs, wethouder Luidens, is een school genoemd en wel in de wijk Goverwelle. Op zich is het vreemd, gelet op het curriculum vitae van mijn opa, dat er naar hem geen school of straat genoemd is. Wat zou er niet mooier zijn als zijn naam verbonden zou worden aan het in de stijl van de Amsterdamse School ontworpen schoolgebouw tussen de Agatha Dekenstraat en de Noothoven van Goorstraat. Nota bene gebouwd door broer Evert die aannemer was. Ooit in 1925 begonnen als openbare lagere school nummer 2 en voorlopig geïndigd als Goudsche Praktijkschool, zal dit leegstaande monument toch ooit weer een (openbare) functie moeten krijgen en een naam. De opstelling van Willem Sanders in de Tweede Wereldoorlog, die punt van discussie was of kan worden, was tot nu toe kennelijk een te groot obstakel. Sanders bleef namelijk wethouder tot in 1944.


Einde politieke loopbaan
Het einde van zijn politieke loopbaan was al met al niet glorieus. Een prominent SV Gouda-lid en eveneens ex P.v.d.A. wethouder Wim Hommels schrijft daarover in zijn allerlaatste column in de Goudsche Courant van 27 augustus 2005. “Interessant aan de uitslag van 1946 is nog het volgende. Naast de al genoemde partijen deed er ook een lokale partij mee: de lijst Sanders. Willem Sanders was een S.D.A.P. wethouder van voor de oorlog. Nadat de gemeenteraad per 1 september 1941 ontbonden was, bleven de wethouders aan onder leiding van de al genoemde NSB-burgemeester Liera. Uiteindelijk neemt Sanders als laatste van de vier wethouders na Dolle Dinsdag midden 1944 ontslag. En daarmee is al tijdens de oorlog, maar ook daarna, Sanders gevangen in de discussie over het bekende burgemeestersdilemma: blijven zitten en bijsturen of een rein geweten. Er volgen verhitte debatten in de partij, waar zelfs Drees bij betrokken wordt, maar uiteindelijk verliest de partij het vertrouwen in Sanders en wordt hij niet op de kandidatenlijst opgenomen. Hij haalt als lokale partij 450 stemmen bij een kiesdrempel van 775, zodat hij niet gekozen is. Dit kost de PvdA echter wel een restzetel. Zo was niemand gelukkig geworden van de affaire. De partij niet en Sanders evenmin. De gedachte dat hij door sommigen schuldig werd geacht aan zaken waar hij part noch deel aan had, knaagde aan hem en leverde hem een maagkwaal op.”

In het boek “Gouda Vooruit! , honderd jaar sociaal democratie in Gouda” staat daarover onder andere het volgende geschreven.
“Burgemeester K.F.O. James raakte reeds in juni 1940 geïnterneerd in Scheveningen en werd officieel op 19 april 1941 ontslagen, waarna het Duitse gezag de NSB-er en ex-beroepsofficier E.A.A. Liera met ingang van 1 september 1941 tot burgemeester benoemde. Behalve de (liberale) wethouder H.P.C.M. de Witt Wijnen en de wethouders E.A. Polet (antirevolutionair) en C.H. Koemans (Rooms-katholiek), was er nog de sociaal-democratische wethouder Willem Sanders. Sanders was belast met de Lichtfabrieken, Onderwijs en met Personeelszaken en was tevens gedelegeerd commissaris bij de Goudsche Waterleiding Maatschappij. Kort voor de bevrijding slaagde James erin in contact te treden met de leidende figuren in de Goudse politiek. Toen reeds werd overeengekomen dat zowel Polet, die geïnterneerd was geweest, als Koemans na de oorlog desgewenst in hun ambt van wethouder zouden worden hersteld. Ook de Witt Wijnen kreeg zijn wethouderschap terug. Wie niet op de nominatie van herbenoeming stond, was Sanders. De sociaal-democraten stelden voor in zijn plaats Van Dantzig-Melles als tijdelijke wethouder te benoemen. Aldus geschiedde.“ Sanders was niet blij met deze gang van zaken.

Waarom werden drie wethouders na de oorlog wel in hun ambt hersteld en Sanders als enige niet?
In het boek “Gouda Vooruit” wordt dat beschreven. “In het midden van 1944 had er al een gesprek plaatsgevonden tussen Kees Woudenberg, lid van het landelijke partijbestuur van de ondergronds werkende S.D.A.P., en vertegenwoordigers van het Goudse afdelingsbestuur. Ook Sanders, in wiens huis in de 2e Hieronymus van Alphenstraat (nummer 7; er woont nog steeds een kleinzoon) de bespreking plaatsvond, was daarbij aanwezig. Toen zou de afspraak zijn gemaakt dat Sanders zich na afloop van de oorlog in het belang van de partij op de achtergrond zou houden. Sanders zou met deze regeling, weliswaar zonder enthousiasme, maar toch duidelijk hebben ingestemd.”
Woudenberg stuurde op 14 mei 1945 een brief aan de afdeling Gouda van de S.D.A.P. waarin hij de afdeling herinnert aan de afspraak uit 1944. Hij schreef verder in deze brief aan de afdeling, naar aanleiding van het aanblijven van Sanders en drie anderen als wethouder in de oorlog. “Hierdoor wordt op Sanders een blaam geworpen, die hij niet verdient, terwijl het voorts de schijn krijgt, of de vertegenwoordigers van de S.D.A.P., en daarmee dus de S.D.A.P., zich meer gecompromitteerd zouden hebben dan de vertegenwoordigers van de liberale en R.K. partijen.” Woudenberg stuurde een brief en een afschrift van de afdelingsbrief naar Willem Sanders. Hij deed daarin, ondanks zijn verdediging van de S.D.A.P.-koers in de oorlogsjaren, toch een beroep op Sanders er vanaf te zien zichzelf het middelpunt van een ernstige strijd over zijn positie te maken, daar dat voor Sanders persoonlijk en voor diens reputatie nadelig zou uitwerken.
Ruim een week later reageerde Sanders per brief op dit schrijven van Woudenberg. De ondertoon was bitter. “Je bent dus weer op je post” schreef hij. “Dat zal je wel voldoening geven. Hoe anders is het met mij.” En verderop: “Je leeft toch niet in de veronderstelling dat ik me schuldig voel en mij daarom zonder meer aan de kant laat zetten?”
Sanders heeft ook samen met De Witt Wijnen na de oorlog een verklaring uitgegeven waarin werd gemeld dat ze beiden rond 1 september 1941 om hun ontslag hadden gevraagd, maar de net aangetreden NSB-burgemeester had hieraan geen gevolg willen geven.
Mijn opa heeft aan mijn vader uitgelegd dat hij, toen er een NSB-burgemeester kwam, graag had willen stoppen, maar dat hem toen duidelijk is gemaakt is dat dit niet in het belang van zijn gezin zou zijn. Om zijn gezin te beschermen is hij daarop aangebleven.

Sanders legde de kwestie van zijn al dan niet terugkeren als wethouder na de oorlog voor aan de Ereraad van de S.D.A.P., het toenmalige orgaan voor dit soort kwesties. De Ereraad was van mening dat hij niet meer als wethouder kon fungeren, door het simpele feit dat hij in de oorlog was aangebleven. Dat was toen het algemeen geldend standpunt van de S.D.A.P. Willem Drees is persoonlijk bij Sanders thuis geweest om het standpunt van de Ereraad mee te delen. Sanders is nergens schuldig aan bevonden, geroyeerd of anderszins veroordeeld. De vaste lijn werd echter ook in zijn geval consequent toegepast, daar kon zelfs Willem Drees niets aan veranderen. Daarmee kwam er een einde aan een lange periode in de gemeente politiek, omdat hij bij de volgende verkiezingen met zijn eigen lijst het vereiste aantal stemmen niet haalde. Daarna was dit hoofdstuk feitelijk voor hem afgesloten en richtte hij zich meer op het vakbondswerk.

Laatste voetbaluiting
Nog eenmaal liet hij op sportgebied op bescheiden wijze van zich horen in het jubileumblad “Gouden Gouda” van 5 september 1956. Onder het kopje “Eerste gelid amateurs” schreef hij de volgende bijdrage. “Oud worden en toch jong blijven is vooral voor een voetbal vereniging noodzakelijk om de ontwikkeling bij te houden. Dat stelt aan bestuur en spelers hoge eisen. De tijd dat het bestuur voor een tientje een schuit koolas kocht en zelf achter de kruiwagen ging om de schuit te lossen behoort nu eenmaal tot het verleden. De vergaderingen in de melksalon van Verdoold onder het genot van een kop anijs met een lange vinger waren wel gezellig maar ook dat gaat niet meer. Want stilstand betekent achteruitgang.
De problemen liggen vandaag de dag op een heel ander vlak. De financiering stelt hoge eisen. Bedragen om de verplichtingen na te komen lopen in de duizenden. En de spelers moeten, om mee te kunnen komen, zich onder leiding van een oefenmeester regelmatig trainen.
Bij dit alles is door het invoeren van het professionalisme (in 1954) de zorg voor een amateurclub om de goede spelers te behouden. Niettegenstaande dit alles hebben het tegenwoordige bestuur en spelers de pas weten bij te houden. En hoewel het eersteklasserschap aan een zijden draad heeft gehangen, mogen wij, die in het beginstadium een bestuursfunctie in de Vereniging hebben vervuld met voldoening vaststellen, dat na vijftig jaar “Gouda” in het eerste gelid staat van de amateurs in de K.N.V.B.
Moge het zo zijn dat door een goede clubgeest en sportiviteit deze plaats in de toekomst behouden blijft.”


Finale
In zijn lange en actieve politieke carrière op het voorste plan (25 jaar gemeenteraadslid en wethouder) heeft Willem Sanders gebruik kunnen maken van zijn ervaringen als jongeman opgedaan in zijn periode als oprichter en voorzitter van de SV Gouda. Naast dit pionierswerk en zijn lange periode in de gemeenteraad was hij onder veel andere op lokaal niveau nog voorzitter van de Algemene Nederlandse Typografen Bond (als eerste vakbond opgericht in 1866 en in 1946 aangesloten bij de Algemene Nederlandse Grafische Bond), het N.V.V. (Nederlands Verbond van Vakverenigingen) en de Ziekenzorg. Maar het werd na 1945 allemaal wel wat minder, de glans was er een beetje vanaf. Nadat de zogeheten Indonesië kwestie achter de rug was, werd hij toch weer lid van wat sinds 1946 als opvolger van de S.D.A.P. de P.v.d.A. is gaan heten en bleef dat tot aan zijn dood, net als lid van de Grafische Bond. Hij was een man die het vestigen van de sociaal democratie als een roeping zag en zeker bijgedragen heeft tot het verbeteren van de leefomstandigheden van de inwoners van Gouda. De geboren en getogen Gouwenaar was serieus en principieel, een selfmade man. Zo heeft hij altijd geweigerd een leidinggevende functie te aanvaarden bij Koch en Knuttel, want hij wilde niet tot het kamp van de “bazen” behoren. Al was hij dat uiteindelijk als parttime wethouder (parttime: een afspraak met zijn baas, die zelf voor de liberalen in de Raad zat) natuurlijk toch, maar dan wel op een democratische basis.
Hij is in 1973 als weduwnaar op 82 jarige leeftijd overleden in rusthuis Juliana aan de Koningin Wilhelminaweg.

Later is zijn zoon Hannes in de jaren zestig nog even secretaris van SV Gouda geweest en voorzitter van de atletiekafdeling (en o.a. ook nog voorzitter van de Goudse afdeling van de P.v.d.A.) en heb ik als kleinzoon in de jaren zestig en zeventig wat stappen gezet in de redactie- en zaterdagcommissie. De appels vielen dus aanvankelijk niet zo ver van de boom, maar langzamerhand wel steeds verder. Kleinzoon Wim trapte na een succesvolle jeugdcarrière bij Olympia met zijn zwager een balletje in de lagere zaterdagelftallen van de SV Gouda, maar bleef buiten het bestuurlijke circuit. Op dit moment is er geen nazaat van Willem Sanders meer bestuurlijk actief bij de SV Gouda, noch in de gemeentelijke politiek. Maar wie weet wat de toekomst brengt. Wellicht treedt mijn dochter Laurel ooit nog eens in de voetsporen van haar overgrootvader en wordt zij de allereerste vrouwelijke voorzitter van de SV Gouda!


Hans Sanders, september 2006 (gewijzigd in oktober 2006 en december 2006)

Bronnen:
- “Gouden Gouda", gedenkboek 50-jarig jubileum der V&AV Gouda.
- “Gouda Vooruit; honderd jaar sociaal democratie in Gouda;1896-1996”, uitgeverij Eburon-1996.
- “Duizend jaar Gouda – Een stadsgeschiedenis”, uitgeverij Verloren – 2002.
-
Website Jan Lafeber - http://www.lafeber.info
- Artikel Wim Hommels, Goudsche Courant, 27 augustus 2005
- Archief familie Sanders, overlevering en eigen waarneming.
- “In een open landauer door de binnenstad”; SV Gouda 1906 – 2006.


Terug naar homepage