'Het Ossenhooft', 'De Lastdrager', 'De Seepketel', 'De Witte Leeuw' en 'Het Dubbele Kruis' te Gouda

Wilhelmus de Monchy was o.a. bierbrouwer in Gouda. Uit zijn tweede huwelijk met Clazina Kouwenhoven werd zijn zoon François geboren, eveneens bierbrouwer en tevens azijnmaker te Gouda.
Wilhelmus bezat een brouwerij op de Gouwe 'Het Dubbele Kruis' of 'De drie Kruisen' en François erfde via zijn vrouw Geertruij Walop van zijn schoonfamilie de brouwerij 'Het Ossenhooft' op de Westhaven. Op dezelfde wijze verkreeg hij 'de Lastdrager'  ook op de Westhaven. Ook bezat hij aan dezelfde gracht 'de Seepketel'. Zijn azijnmakerij 'de Witte Leeuw' lag aan de Turfsingel, net even buiten de toenmalige stad Gouda.

'Het Ossenhooft' op de Westhaven 63 te Gouda
Dat op Westhaven 63 ooit de bierbrouwerij 'Het Ossenhooft' gevestigd is geweest, is nog goed te zien, zowel aan de naam op de gevel als aan de afbeelding van de vergulde kop van een os in het rijk versierde raam boven de deur. In zijn huidige gedaante dateert het gebouw, en dus ook dit zogenaamde snijraam van rond 1780. Maar al in 1598 stond het onder de naam 'Het Ossenhooft' bekend en toen was er een brouwer gevestigd. In het middeleeuwse brouwersjargon was 'een okshoofd' een inhoudsmaat ter grootte van een kwart bierton. Okshoofd werd nogal eens verbasterd tot 'ossenhooft' en de brouwer zal om die reden 'Het Ossenhooft' wel een passende benaming gevonden hebben.
(Uit : Gouda in touw - bedrijvigheid door de eeuwen heen, door Henkjan Sprokholt - uitgave open monumentendag 1996)

Waarschijnlijk bestond de brouwerij 'Het Ossenhooft' al voor 1598.
In de beschrijving van de stad Gouda door Walvis treffen we de volgende passage aan : in 1572 dreigden de geuzen onder leiding van de jonkheer van Swieten het kasteel op De Punt (met de spaansgezinde jonkheer Cornelis van der Myle) te beschieten vanaf twee kanten, nl. ‘met een geschutje anderhalf, ontrent de Brouwery ‘t Ossen hoofd’ en met een slange ontrent vier en een halfponden vanaf de Spieringstraat’.
(Bron : Beschrijving der stad Gouda, door J. Walvis, Gouda 1714 - pag. 141)
Volgens de Goudse journalist en schrijver Theo de Jong werd de brouwerij met als naam  'De Ossekop' op deze plek al in 1496 genoemd met als eigenaar Jacob Cutert. Het was één van de grootste Goudse brouwerijen.
(Bron : Goudse Gevelstenen, tekst Theo de Jong en foto's Albert Vuijk, Alphen a/d Rijn 2004)
De brouwerij bevond zich aan de achterzijde van de woning met een uitgang naar de Peperstraat. Het woonhuis zelf was een statig herenhuis met de ingang aan de Westhaven. Uit de versiering aan de voorzijde van de woning bleek welke actviteiten aan de achterzijde werden verricht.

De brouwerij op de Westhaven (63) was in de zeventiende eeuw in het bezit van de Goudse familie Walop en is door zijn huwelijk in 1710 met Maria Walop (1692-1745) in het bezit gekomen van François de Monchy (1689-1733).
Maria Walop woonde voor haar huwelijk al in dit huis aan de Westhaven, dat eigendom is geweest van haar grootvader Pieter Abrahams Walop.
(Zie : register Matthijs 'Westhaven' - Streekarchief Hollands Midden te Gouda)

In 1717 had François de Monchy toestemming van de burgemeesters gekregen om de bouwvallige achtergevel van zijn brouwerij ‘het Ossenhooft’ aan de Westhaven te mogen vervangen door een nieuwe gevel, waarbij de brouwerij tegelijkertijd aan de westzijde (richting Peperstraat) mocht worden uitgebreid.
(Bron : Requestboeken - Streekarchief Hollands Midden te Gouda)

Gouda produceerde  vanaf de veertiende eeuw veel bier, maar vanaf de zestiende eeuw verloor deze tak van nijverheid veel van haar betekenis. Geen wonder dat François de Monchy in 1731 zijn bedrijfsmatige activiteiten verplaatste naar Rotterdam, dat veel meer perspectief bood aan deze branche. Bovendien waren veel Gouwenaren niet al te vlot van betalen, getuige de vele zaken die Willem de Monchy en (vooral) zijn zoon François de Monchy moest uitvechten voor de politiemeesters van Gouda (zie : Willem en François de Monchy en de politiemeesters van Gouda).


'Het Ossenhooft' Westhaven 63 te Gouda (anno 2004)
Monchy Westhaven 63 te Gouda
Monchy  Westhaven 63 te Gouda
foto's © Jan Lafeber
Eiser: François de Monchij
Gedaagde: Geertruyd Walop

Zaak: Belediging.
"Zegt de eiser dat zij zich niet heeft ontzien om tegen Aaltje  Kaarsmakers - tegenwoordig dienstmaagd van de gedaagde - te zeggen:"Jey bent een  Donderse beest en een Duyvelse Smotsbruyt na dat Donderse hoere en Dieve nest toe,  daar jey gaat woonen, en hadie ook soo een duyvelse beest niet geweest, soo sou je, bij  dat vuygt niet verhuyrt hebbe". Daarmee gezegd, zegt de eiser dat hij en zijn familie zijn  beledigd, zegt dat zij ook in presentie van de politiemeesters hem uitgescholden heeft  voor schurk. Eist veroordeling en genoegdoening. De gedaagde zegt met de woorden  gemeld in de eis niet de eisers huis en zijn familie bedoelt te hebben. De gedaagde ontkent de gedaagde (d.i. eiser - jdl) beledigd te hebben en zegt dat hij haar heeft uitgescholden voor  een weesdief, een hoer en dat hij haar voor gods oordeel heeft gedaagd en dat de  bakker aan haar gat heeft gekrabbeld".

Geertruyd Walop is voor zover ik heb kunnen nagaan geen familie van de vrouw van François de Monchy.
Bron : Kamerboek politiemeesters GOUDA -- ac 2 inv.nr. 307
26-10-1714, blz. 127 (Streekarchief Midden Holland)

'De Lastdrager' op de Westhaven 61 te Gouda
De familie Walop bezat niet alleen de woning en de brouwerij aan de Westhaven 63 (‘het Ossenhooft’), maar bezat ook de woning aan de Westhaven 61 (‘de Lastdrager’).
Ook deze woning is door vererving in het bezit van François de Monchy gekomen.
'De Witte Leeuw' op de Turfsingel te Gouda
In een request aan de vroedschap van Gouda in 1730 vroeg François de Monchy om verlenging van zijn octrooi voor zijn azijnmakerij gelegen aan de singel tussen de Dijkspoort en de Potterspoort. Hieruit blijkt dat deze azijnmakerij ‘de Witte Leeuw’ geheten aan de Turfsingel te Gouda was gelegen.
Vijf jaar eerder had François gevraagd om ten behoeve van zijn azijnmakerij een pakhuis te mogen bouwen. Ook hiervoor kreeg hij toestemming.
Zijn weduwe Maria Walop kreeg in 1734 toestemming om ten behoeve van de azijnmakerij een keukentje te mogen bouwen met een voorportaal. Tevens mocht de bestaande schoorsteen worden afgebroken en worden vervangen door een nieuwe schoorsteen terzijde van de nieuwe keuken. Voorwaarde was wel dat de gebouwen niet mochten worden gebruikt voor permanente bewoning.
(Bron : Requestboeken - Streekarchief Hollands Midden te Gouda)

Pieter en Salomon de Monchy : twee in Gouda geboren zonen van François de Monchy en Maria Walop
Twee in Gouda (op de Westhaven) geboren zonen van François de Monchy en Maria Walop deden in de tweede helft van de 18e eeuw van zich spreken, t.w. Pieter de Monchy (1713-1794) en Salomon de Monchy (1716-1794).

Pieter de Monchy werd na zijn juridische studie in Utrecht brouwer in Rotterdam en vervulde daar diverse bestuurlijke functies o.a. schepen van de stad. Hij behoorde nadrukkelijk tot het patriottische kamp.
In het archief van het Hof van Holland bevindt zich een uitgebreid dossier van Pieter de Monchy, die ervan beschuldigd werd als één van de leiders van de opstandelingen de wettig gekozen vroedschap van Rotterdam onder druk te hebben gezet en gesteund door een menigte gewapende manschappen onder het uiten van de aller oproerigste taal op wederrechterlijke wijze de toegang tot het stadhuis te hebben verkregen.
Tevens werd hij ervan beschuldigd de terugkeer van stadhouder Willem V naar Den Haag in 1787 te hebben willen verhinderen.
Hij behoorde alsdus de aanklager tot "de vuylaardige soort van personen die de staat op de oever van zijn ondergang hebben gebracht".
Pieter werd vier maal gedagvaard om te verschijnen voor het Hof van Holland op resp. 7 juli 1788, 8 september 1788, 17 november 1788 en koppermaandag 1789. Alle vier de keren verscheen hij niet. Hij werd vervolgens ten eeuwige dage verbannen uit het gewest. De inval van de fransen in 1795 heeft hij niet meer meegemaakt. Hij overleed in 1794 buiten Rotterdam en buiten het gewest Holland in Kampen.
(Bron : Nationaal Archief - Archief Hof van Holland 3.03.01.01 inv. nr. 5549.35)

Salomon de Monchy werd na zijn studie medicijnen in Leiden o.a. geneesheer te Rotterdam.
Van zijn hand bevindt zich in het archief van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) een memorie betreffende de ziekten op de VOC-schepen en de middelen om deze te voorkomen.
(Bron : Nationaal Archief - Archief VOC 1.04.02. inv. nr. 11445)



'De Seepketel' Westhaven 20 te Gouda
 (anno 2004)

Monchy  Westhaven 20 te Gouda 'De Seepketel' ('De Zeepketel') op de Westhaven 20 te Gouda

In een verzoekschrift in 1731 is ook nog sprake van een ander huis van François de Monchy genaamd ‘de Seepketel’, gelegen aan de Westhaven 20.

François de Monchy verzoekt om een nieuw bruggetje te mogen aanleggen naar de Peperstraat. Er had vroeger een bredere brug gelegen (van ca 23 voet), maar die was vanwege ouderdom afgebroken. Het nieuwe bruggetje wordt aanzienlijk smaller, nl 4 à 5 voet. Hiervoor verkreeg hij toestemming van de vroedschap.

(Bron : Requestboeken - Streekarchief Hollands Midden te Gouda;

zie ook: register Matthijs
'Westhaven' - Streekarchief Hollands Midden te Gouda)

foto's © Jan Lafeber
Monchy  Westhaven 20 te Gouda



'Het dubbele Kruis'
Gouwe 99 en 101 te Gouda

(anno 2004)

Monchy Gouwe 99 en 101 te Gouda
'Het Dubbele Kruis' (of 'De Drie Kruisen') op de Hoge Gouwe 99 en 101 te Gouda
Ook de vader van François de Monchy - Willem de Monchy (1648-1720) - bezat al een brouwerij in Gouda, en wel 'Het dubbele Kruis' (ook wel 'De drie Kruisen') op de Hoge Gouwe te Gouda.
Hij had deze brouwerij in 1700 gekocht samen met zijn zwager Salomon Post. Na 1720 was de brouwerij eigendom van de weduwe van Willem de Monchy, Clazina Kouwenhoven (1661-1740).
(Zie : register Matthijs 'Hoge Gouwe' - Streekarchief Hollands Midden te Gouda)
Wilhelmus de Monchy was piekenier en korporaal te Kalkar (1663- 1666), secretaris van Zoetermeer, Zegwaard en Benthuizen, notaris te Zoetermeer 1678, poorter van Gouda 8 dec. 1700, brouwer in De Drie Kruisen op de Hoge Gouwe te Gouda.
(Bron : Nederlands Patriciaat jaargang 1991 Centraal Bureau voor Genealogie)

Het linkerpand (Gouwe 99) wordt ruim honderd jaar later in 1823 gekocht door Abraham Goedewaagen, die er zijn pijpmakerij in vestigt. Later koopt hij ook het pand ter linkerzijde  (het 'huis met de trappen'). Dit bedrijf zou in latere jaren uitgroeien tot het bekende bedrijf "Koninklijke Goedewaagen NV" (hollandse pijpen en aardewerkfabriek).

Zie ook : Koninklijke Goedewaagen (1779-1982), een veelzijdig ceramisch bedrijf, door D.H. Duco, Leiden 1999 (zie : website pijpenkabinet)

foto © Jan Lafeber



Terug naar homepage