“ONECHTE” KINDEREN VAN STADSDOCTOREN IN GOUDA.
Wie was de onbekende zoon van Willem Frederik Büchner, stadsarts van Gouda ?
(eerder gepubliceerd in "De Schatkamer", regionaal historisch tijdschrift jaargang 19, afl. 1 - juni 2005)


In de Schatkamer jaargang 18 (2004), aflevering 3 (november 2004) trof ik het verhaal aan over een doctor in de medicijnen in Gouda die zijn vaderschap ontkende geschreven door Henny van Dolder-de Wit.

“De stad Gouda is in de zeventiende en achttiende eeuw allerminst een bolwerk van braafheid”, zo begint haar artikel. En dat heeft zeker ook betrekking op de Goudse “medicijnmannen”, waar haar verhaal een voorbeeld van is.
Zo’n kleine 100 jaar later is er sprake van een soortgelijke situatie, waar één van Gouda’s bekendste stadsartsen bij betrokken is, nl. Willem Frederik Büchner.
Willem Frederik Büchner was geboren op 9 december 1780 in Reinheim (Dld) als zoon van Jacob Karel Büchner en Wilhelmina Magdalena Söhnlein.
Büchner promoveerde op 21-jarige leeftijd te Würzburg tot medisch en chirurgisch doctor. Na zijn promotie werd hij in 1802 benoemd tot stadsdoctor te Gouda, waarbij hij de overleden Hugo Verveer opvolgde.
Op 22 april 1804 trouwde hij in Gouda met Elisabeth Polijn, dochter van de niet onbemiddelde Hermanus Polijn en Woutera Buytenhuys. Uit dit huwelijk werden zeven kinderen geboren, die het allen  - maatschappelijk gezien - niet slecht verging. Drie van zijn zoons werden evenals hun vader arts en éen van hen bracht het van raadslid in Amsterdam tot eerste kamerlid (daarmee zijn vader overtreffend, die ‘slechts’ raadslid van Gouda was geweest). De dochters sloten huwelijken - zoals in die tijd gebruikelijk - passend bij hun stand.

Voor de bevolking van Gouda in de negentiende eeuw  heeft de stadsarts Willem Frederik Büchner een buitengewoon grote betekenis gehad. (zie o.a. “Vijf eeuwen medisch leven in een Hollandse stad” door J.G.W.F. Bik en “Duizend jaar Gouda” door P.H.A.M. Abels e.a.).

En toch .....

Op 13 juli 1804 werd in de St. Janskerk te Gouda ene Willem Frederik gedoopt, de op 23 juni 1804 (twee maanden na het huwelijk van Büchner met Elisabeth Polijn) geboren zoon van de ongehuwde Krijna van Reeuwijk en waarvan de vader - volgens de doopinschrijving - zou zijn Willem Frederik Büchner, de stadsarts.
De jonge Willem Frederik gebruikte in zijn latere leven de achternaam van zijn biologische vader. Alleen zijn maatschappelijke status was een geheel andere dan die van zijn halfbroers en -zusters van vaderskant. Hij schopte het niet verder dan pijpmakersknecht en woonde op de Spieringstraat te Gouda. Van contacten met zijn familie van vaderskant is mij tot dusver niets gebleken; daarentegen was hij regelmatig getuige bij de huwelijken van zijn halfzusters en –broer van moederskant (Krijna van Reeuwijk had kinderen bij drie verschillende vaders; uiteindelijk trouwde zij met de timmerman Gerardus Johannes Wajon, uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren). Ook bij zijn overlijden werd nadrukkelijk vermeld dat hij een zoon was van Willem Frederik Büchner. Hij overleed op 2 maart 1850 in het Catharina Gasthuis aan de Oosthaven; het ziekenhuis waarop zijn biologische vader jarenlang een belangrijk stempel heeft gedrukt.

Jan Lafeber






Gravure van Willem Frederik Büchner (ca 1840) door H.J. Backer
Bron: "De Schatkamer", Regionaal Historisch Tijdschrift Midden-Holland september 2007



Marmeren buste van W.F. Büchner bij de entree van de chirurgijnskamer in het stedelijk museum het Catharina-Gasthuis
(foto in “Vijf eeuwen medisch leven in een Hollandse stad” door J.G.W.F. Bik)


Terug naar homepage